De dieren zijn van gescheiden geslacht en kunnen zich zowel seksueel als door middel van parthenogenese voortplanten. E�n centimeter lange exemplaren kunnen al tot voortplanting overgaan. De soort is levendbarend. Eieren worden gelegd in een broedzak die in de kop van het moederdier zit. Het aantal jongen in de broedzak schijnt afhankelijk te zijn van de grootte van het ouder-dier en varieert van 1 tot 70. Schelpen van jonge slakjes die net het moeder-dier verlaten zijn tussen 1,5 en 2 mm lang en bestaan dan uit een grote protoconch en de eerste twee windingen. Er zijn ook waarnemingen van een ronde broedzak van ongeveer 1,5-2 mm doorsnee, bekleed met zand en vastgehecht aan de buitenkant van de schelp. Hier bevatte de broedzak 3 tot 5 jongen. De dieren kunnen enkele jaren oud worden. Overwintering geschiedt weggekropen in de modder.