leesvoer voor je. Zijn dus geen net geboren stip maar de volwassen stip die zich inkapseld. Maakt verder weinig uit maar die moet je dus ook dood krijgen. Geeft je wat inzicht hoe en wat.
Ichthyophthyrius multifi liis (Ich, witte stip) Deze visparasiet is herkenbaar aan de witte bolletjes (stippen) op de huid. Ichthyophthyrius komt voor bij alle vissoorten, zowel in koud als in warm water. Warmwatervissen kunnen bij grote aantallen parasieten massale sterfte vertonen. Niet iedere vissoort is even gevoelig. In het jonge stadium is de parasiet klein en bevindt zich in de huid van de vis. Pas bij een grootte van 0,2 tot 1 millimeter zijn de parasieten met het blote oog te zien. Ook kunnen de kieuwen van de vis zijn aangetast zonder zichtbare stippen op de huid. De ontwikkelingscyclus van de parasiet is sterk afhankelijk van de watertemperatuur. Bij 28 graden Celcius duurt de cyclus drie tot zeven dagen, bij 18 graden veertien tot eenentwintig dagen. Een deel van de levenscyclus van I. multifi liis speelt zich af onder de huid van de visgastheer. De volwassen parasiet (0,2 tot 0,5 millimeter groot) heeft een rond tot ovaalvormig lichaam dat rondom bedekt is met rijen trilharen (ciliën), die zorgen voor een draaiende voortbeweging. In het lichaam ligt verder een typische grote, licht gekleurde, hoefi jzervormige kern, samen met meerdere vacuolen. De parasiet ligt in de slijmhuid van de vis (epidermis), waar hij zich voedt met celmateriaal van de gastheer. Door de voortdurende draaiende beweging raakt de huid geïrriteerd en vindt er extra slijmvorming plaats. Als I. multifi liis volwassen is geworden (en dat kan al na vier dagen het geval zijn), breekt hij door de huid van de vis heen en verlaat zijn gastheer. De vrijzwemmende parasiet zwemt vervolgens naar de bodem en hecht zich aan planten en bodemmateriaal, waar hij zich inkapselt. In de parasiet vinden nu meerdere celdelingen plaats. Op deze manier kunnen in korte tijd veel ciliosporen (18 tot 22 micrometer) vrijkomen. Deze sporen zwemmen naar een gastheervis, boren zich door de huid en kapselen zich in. Als de sporen bij een watertemperatuur van 24 tot 26 graden Celcius niet binnen 48 uur een gastheer hebben gevonden, gaan zij dood. De vis reageert op de inkapseling van de sporen met de vorming van extra slijm. De cyclus is nu rond. Alleen de vrijzwemmende parasieten zijn met medicijnen te bestrijden. De andere vormen zijn in slijm ingekapseld of kleven als een cyste aan planten en bodemmateriaal.