De 3 belangrijkste kenmerken zijn: - Vrouwtjes worden groter dan mannetjes. Mannetjes hebben langere smallere scharen dan de vrouwtjes. Vrouwtjes hebben 5 paar zwempootjes. Bij de mannetjes zijn de eerste 2 paar zwempootjes (pleopoden) omgevormd tot geslachtsdelen (gonopoden).
Dit zijn ook nog kenmerken: Het vrouwtje heeft tussen de laatste poten de annulus ventralis, dat is de geslachtsopening, herkenbaar als een ronde verdikking. Aan de basis van de 3e paar poten zie je tegen het lichaam aan de gonoporen, de eileiders, te herkennen als doorzichtige, glazige rondjes. De scharen tellen als de 1e paar poten. Het achterlichaam van de vrouw is breder. Het mannetje heeft tussen de laatste poten gonopoden, dat is het geslachtsorgaan, wat je herkent aan de V vorm. Vaak heeft de man ook grotere scharen.